Algemene risico's
Tot de algemene risico's behoren risico's als macro-economische ontwikkelingen en rente-, loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast zijn er onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving die risico's met zich mee kunnen brengen. Door deze onzekerheden is het op dit moment nog niet goed mogelijk de financiële gevolgen van deze risico's te kwantificeren. Hier hebben alle gemeenten in ons land mee te maken.
Gemeentefonds (Algemene dekkingsmiddelen)
Gemeentefonds (Algemene dekkingsmiddelen)
De ontwikkeling van de algemene uitkering worden door het Rijk gepubliceerd in drie circulaires (mei-, september- en december). In de meicirculaire 2025 heeft het Rijk middelen ter demping van het zogenaamde ravijnjaar en middelen voor jeugd, tot en met 2027, toegevoegd aan het gemeentefonds, waaruit gemeenten de algemene uitkering krijgen. Dit heeft een positief effect gehad op de gemeentelijke begroting 2026-2029. Bij de septembercirculaire heeft het Rijk besloten tot compensatie van de tekorten op jeugdzorg in 2023 en 2024. Het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet geeft echter geen duidelijkheid of het nieuwe kabinet na 2027 met extra middelen voor jeugd over de brug zal komen. In de gemeentelijke begroting is geen rekening gehouden met extra inkomsten voor Jeugd na 2027. Daarnaast blijft de discussie over de balans tussen taken en middelen van gemeenten nog steeds staan. Door de nieuwe manier van indexeren lijken grote schommelingen in het gemeentefonds als gevolg van de vorige methodiek gemitigeerd. De vraag is wel of de nieuwe manier van indexeren voldoende aansluit bij de werkelijke stijging van kosten op alle beleidsvelden.
Voor de verdeling van het gemeentefonds wordt een verdeelsystematiek gebruikt. Vanaf 2023 is sprake van een nieuwe verdeelsystematiek waarbij het aantal maatstaven is teruggebracht van 89 naar 49. De nieuwe verdeelsystematiek heeft geen effect op de hoogte van het gemeentefonds, echter is het bedrag per eenheid toegenomen. Hierdoor kan de wijziging van een maatstaf een groter effect hebben op de hoogte van algemene uitkering. Het Rijk bepaalt de hoogte van de algemene uitkering van een gemeente op basis van de maatstaven en maakt daarbij gebruik van formeel vastgestelde gegevens die, met vertraging, door het Rijk worden verzameld. Tot die tijd maakt het Rijk ook gebruik van voorlopige gegevens. We maken zelf een inschatting van de hoogte van de algemene uitkering met behulp van een applicatie. Daar voeren we zelf de maatstaven in en maken een inschatting van de meerjarige ontwikkeling van die maatstaven. Voor het verloop van het inwoneraantal wordt bijvoorbeeld gebruikt gemaakt van de provinciale bevolkingsprognose. Indien dergelijke, meerjarige ontwikkelingen anders lopen dan ingeschat kan er een verschil ontstaan tussen de inschatting en de uiteindelijke hoogte van de algemene uitkering. Dit kan zowel positief als negatief zijn en is daarom niet gekwantificeerd.
Bodemvervuiling
De gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor de beheersing van bodemverontreinigingen. Daarnaast wordt de gemeente met de invoering van de omgevingswet (per 1 januari 2024) verantwoordelijk bij nieuwe bodemverontreinigingen. Tot op heden was dit vaak de provincie. Er vindt een warme overdracht plaats vanuit de provincie waarbij het uitgangspunt geldt dat gronden gesaneerd zijn of dat gestart is met saneren. Lopende zaken blijven onder de provincie vallen, er mogen ook geen locaties worden overgedragen waarvan de sanering binnen 4 jaar moet starten. De OMWB heeft een screening uitgevoerd om eventuele (latente) risico's tijdig te onderkennen.
De eigenaar van de bodem is verantwoordelijk voor de sanering van mogelijke vervuiling zoals pfas, lood of andere belastende stoffen. Op het moment dat de gemeente zelf eigenaar is van vervuilde bodem is zij ook verantwoordelijk voor sanering. Deze situatie kan zich voordoen wanneer een locatie ontwikkeld wordt.
