Het risicobedrag voor de grondexploitaties is met € 7 miljoen in 2025 nagenoeg gelijk gebleven aan het risicobedrag in de jaarrekening 2024. Er zijn wel verschuivingen in de opbouw van de risicobedragen. Zo zijn de berekende risico’s van inflatie (afname € 0,25 miljoen) en van een lagere opbrengstenstijging dan geraamd ((€ 0,2 miljoen minder) in de risicoberekeningen, die begin 2026 zijn opgesteld, afgenomen. Daar staat tegenover dat de project specifieke risico’s met ongeveer € 0,55 miljoen zijn toegenomen. De toename van de project specifieke risico’s komt met name door het project De Grassen.
Het risicobedrag van € 7 miljoen heeft voor € 2,6 miljoen betrekking op algemene risico’s, voor € 5,5 miljoen op project specifieke risico’s en is voor € 1,1 miljoen verminderd vanwege positieve resultaten op specifieke projecten waarmee negatieve effecten al opgevangen kunnen worden.
De Toelichting grondexploitaties 2025 en de paragaaf weerstandsvermogen geven een nadere onderbouwing van de gesignaleerde risico’s. Niet alle risico’s treden tegelijk op. Op basis van de kans van optreden, is een benodigde buffer in het weerstandsvermogen voor grondexploitaties berekend van € 7 miljoen. Dit voor het geval de werkelijke verliezen hoger uitvallen dan het verlies waarvoor voorzieningen zijn gevormd. Daarmee zijn de risico’s vanwege de grondexploitaties afdoende afgedekt.
De algemene risico’s zijn met € 0,45 miljoen afgenomen naar € 2,6 miljoen. De algemene risico’s hebben betrekking op de ontwikkeling van de opbrengstenstijgingen, de inflatie, de rente en het risico van tragere verkopen. De daling komt door een lagere inschatting van het risico dat de woningprijzen gaan dalen Ook het risico van een hogere inflatie werd begin dit jaar lager ingeschat. Het risicobedrag vanwege mogelijke rente-effecten is gelijk gebleven, waarbij de afnemende boekwaarde de grotere bandbreedte van mogelijke stijgingen in de rekenrente compenseert. De Grassen heeft het grootste aandeel in zowel de algemene als de project specifieke risico’s.
Het risico van stikstof is net als in voorgaande jaren meegenomen als een vertragingsrisico. Ook de beperkte capaciteit op het stroomnet kan ertoe leiden dat nieuwe ontwikkelingen pas later toegang krijgen tot het stroomnet en daarmee vertraging op kunnen lopen. In de reguliere risicoberekeningen is rekening gehouden met een mogelijke vertraging van de uitgifte van gronden met 2,5 jaar.
Naast de algemene risico’s (prijs, planning en programma) zijn voor de projecten de specifieke risico’s in beeld gebracht. Het risico voor de Grassen is in 2025 toegenomen wat verschillende oorzaken heeft. De project specifieke risico’s voor de Grassen zijn nog steeds aanzienlijk.
