Verschillenanalyse per programma

Economie en recreatie

Programma Economie en recreatie

Financiën (* 1.000)

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Jaarrekening 2025

Lasten

7.901

11.075

7.645

7.468

Baten

2.460

5.298

769

1.078

Saldo

-5.441

-5.777

-6.876

-6.390

Mutaties reserves

Stortingen in reserves

422

749

720

358

Onttrekkingen uit reserves

116

10

815

404

Per saldo mutaties reserves

-307

-739

95

46

Saldo inclusief mutaties reserves

-5.748

-6.516

-6.781

-6.344

Toelichting begroot na wijziging versus realisatie 2025

Specificatie verschil (x € 1.000):

Recreatieve havens

-27

Economische ontwikkeling

21

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

-363

Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen

-22

Economische promotie

-34

Cultureel erfgoed

-13

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

924

Voordelig verschil

486

Voornaamste verschillen:

Recreatieve havens

De huurkosten voor de jachthaven zijn lager dan geraamd. Deze zijn deels op een ander product geboekt binnen dit programma.

-27.000

Economische ontwikkeling

De kosten voor uitvoering sociaal economisch plan zijn lager dan geraamd.

20.000

Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen

De kosten voor energie van de standplaatsen zijn € 10.000 hoger dan geraamd.

-10.000

Economische promotie

Aan dit taakveld zijn minder uren toegerekend dan geraamd. Dit is een verschuiving van uren naar taakveld economische ontwikkeling waar meer uren geschreven zijn.

7.000

De energiekosten voor kermissen en het bezoekerscentrum zijn hoger dan geraamd.

-21.000

De huurinkomsten voor het bezoekerscentrum zijn in 2025 lager dan geraamd.

-18.000

Cultureel erfgoed

In 2021 is van het Rijk een budget ontvangen voor het opstellen van een kerkenvisie. In 2023 heeft een startoverleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de kerkelijke gemeenten. De kosten voor de afronding van de kerkenvisie zijn hoger uitgevallen dan de hiervoor beschikbare middelen.

-8.000

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Aan dit taakveld zijn minder personele kosten toegerekend dan geraamd. Dit is met name het gevolg van lager kosten (€ 24.000 )voor inhuur van personeel (WSW-krachten) voor groenonderhoud.

  43.000

Het beschikbaar gestelde krediet voor onderzoek en uitvoering van de baggerwerkzaamheden in de Elshoutse Wielen is nog niet geheel besteed. Voor het deel van de werkzaamheden die nog uitgevoerd moeten worden wordt een budgetoverheveling van € 75.000 voorgesteld. Voor afronding van de inventarisatie baggeropgave wordt eveneens voorgesteld het nog benodigde budget ad € 20.000 over te hevelen naar 2026.  

95.000

De afronding van de baggerwerkzaamheden valt goedkoper uit dan eerder verwacht waardoor ook de onttrekking aan de reserve Baggeren lager is.

213.000

Vergroening centrum Drunen
Deze werkzaamheden moeten nog uitgevoerd worden en daarom wordt een budgetoverheveling voorgesteld.

238.000

Minder kosten voor bestrijding van eikenprocessierups en Japanse duizendknoop.

48.000

De kosten voor groenrenovatie, nieuwe aanplant, bermenonderhoud en het afvoeren van snoeiafval zijn lager uitgevallen dan begroot  Dit geeft een voordeel van € 90.000.

90.000

Over het jaar 2024 is in 2025 een bijdrage ontvangen van € 90.000 van de provincie voor Gebieds Gerichte Aanpak en in 2025 is ook een bijdrage van € 32.000 ontvangen voor bestrijding van de waternavel.
De hiervoor gemaakte kosten zijn veel lager en hebben voor een deel al in voorgaande jaren plaats gevonden.

122.000

In 2025 is het voor klimaatadaptatie beschikbare budget niet volledig ingezet.

15.000

Hogere inkomsten uit verhuur van objecten in de Vesting. Hier tegenover staan minder inkomsten op een ander product binnen dit programma.

37.000

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

Het taakveld Fysieke bedrijfsinfrastructuur (bouwgrondexploitatie) is in principe budgettair neutraal binnen de begroting of jaarrekening omdat het saldo van de uitgaven en inkomsten via de post onderhanden werken naar de voorraad gronden op de balans wordt verwerkt. Effecten op dit taakveld ontstaan door winstnemingen en stortingen in de reserve bovenwijkse voorzieningen die via het taakveld mutaties reserves worden gestort of onttrokken uit reserves. Daarnaast is de mutatie in de voorziening verliesgevende complexen een post die het saldo beïnvloedt.

In de begroting 2025 was voor de complexen Hoog I; Hoog II; Dillenburg en Groenewoud Noordwest een tussentijdse winstneming voorzien van
€ 606.000. Bij de berekeningen van de herziene exploitatieberekeningen voor de jaarrekening 2025 is de winstneming over het boekjaar 2025 berekend op € 244.000.  Daarmee valt de winstneming dus € 348.000 lager uit.

-348.000

In het complex Dillenburg is het laatst perceel uitgeven in 2025. Hiervoor heeft een storting van € 15.000 in de reserve bovenwijkse voorzieningen plaatsgevonden.

-15.000

Actualisatie laat een toename zien van de verliesvoorziening voor complex Verdoorn Heesbeen waardoor een storting gedaan is van € 58.000. Voor complex Steenburg bedrijven kan een bedrag van € 58.000 vrijvallen uit de verliesvoorziening van € 72.000. Begroot was een vrijval voor een bedrag van € 14.000.

0

Overige verschillen

5.000

Saldo verschil

486.000

Toelichting op hoofdlijnen realisatie 2025 versus realisatie 2024

Specificatie verschil (x € 1.000):

Saldo jaarrekening 2025

-6.390

Saldo jaarrekening 2024

-5.441

Nadelig verschil

       -949


Voornaamste verschillen:

Aan dit programma zijn in 2025 meer uren toegerekend dan over het jaar 2024. Dit betreft openbaar groen. Dit is vooral het gevolg van een gewijzigde interne toerekening van interne kosten.

-524.000

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

De kosten voor renovatie van het openbaar groen zijn in 2025 hoger. Hiervoor zijn ook extra middelen beschikbaar gesteld vanaf 2024.

-73.000

In 2025 zijn de kosten voor de jaarlijkse bomensnoei hoger dan in 2024. In 2024 was een budgetoverheveling voorgesteld waardoor de kosten 2025 zoveel afwijken van het jaar 2024.

-216.000

In 2025 zijn meer kosten gemaakt voor baggerwerkzaamheden bij de Elshoutse Wiel. Deze kosten komen ten laste van de reserve baggeren.

-137.000

In het jaar 2024 is de subsidie voor instandhouding Wallen en grachten voor de jaren tot en met 2024 afgerekend waarvoor een incidenteel bedrag ontvangen is. Voor de vergelijken van het jaar 2025 ten opzichte van 2024 is dit nadelig.

-124.000

In 2025 zijn de kosten voor het bestrijden van de eikenprocessierups en de Japanse Duizendknoop lager dan de kosten over het jaar 2024.

59.000

Over het jaar 2024 is in 2025 een bijdrage ontvangen van € 90.000 van de provincie voor Gebieds Gerichte Aanpak. De hiervoor gemaakte kosten zijn veel lager en hebben voor een deel al in voorgaande jaren plaats gevonden

90.000

De inkomsten uit toeristenbelasting zijn in 2025 lager.

-15.000

De toerekening van interne uren aan het taakveld economie en recreatie zijn hoger dan over het jaar  2024.

-57.000

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

Het taakveld Fysieke bedrijfsinfrastructuur (bouwgrondexploitatie) is in principe budgettair neutraal binnen de begroting of jaarrekening omdat het saldo van de uitgaven en inkomsten via de post onderhanden werken naar de voorraad gronden op de balans wordt verwerkt. Effecten op dit taakveld ontstaan door winstnemingen en rood voor groen posten die via het taakveld mutaties reserves worden gestort of onttrokken uit reserves.

De winstnemingen in de jaarrekening 2025 bij de complexen voor bedrijventerreinen (Hoog I, Hoog II, Dillenburg en Metal Valley zijn in totaal
€ 244.000. In 2024 is € 307.000 winst genomen, dit geeft een afwijking van
€ 63.000 wat een effect heeft op de mutatie onderhanden werk.

-63.000

De voeding van de verliesvoorziening van de bedrijfscomplexen is voor 2025 € 13.000. In 2024 was de mutatie in de verliesvoorziening
€ 145.000. Een afwijking van € 132.000

       132.000

Overige verschillen

-21.000

Saldo verschil

-949.000

Deze pagina is gebouwd op 05/26/2026 22:21:33 met de export van 05/26/2026 22:13:03