Verschillenanalyse per programma

Sociaal domein

Programma Sociaal domein

Financiën (* 1.000)

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2025 na wijziging

Jaarrekening 2025

Lasten

65.169

57.535

69.777

69.024

Baten

23.886

11.560

23.339

22.971

Saldo

-41.283

-45.976

-46.438

-46.053

Mutaties reserves

Stortingen in reserves

0

0

0

0

Onttrekkingen uit reserves

476

0

0

0

Per saldo mutaties reserves

476

0

0

0

Saldo inclusief mutaties reserves

-40.807

-45.976

-46.438

-46.053

Toelichting begroot na wijziging versus realisatie 2025

Specificatie verschil (x € 1.000):

Samenkracht en burgerparticipatie

271

Inkomensregelingen

-247

WMO

1

Jeugd

297

Volksgezondheid

63

Voordelig verschil

385

Voornaamste verschillen:

Samenkracht en burgerparticipatie

Voor het uitvoeren van de taken omtrent de vluchtelingenopvang Oekraïne ontvangt de gemeente middelen van het Rijk.  
Bij de bestuursrapportages is ingeschat op een positief saldo van € 4.000.000. Het saldo is € 195.000 positiever, dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de vaststelling door het rijk over 2024 (€ 125.000).

195.000

Lagere huurkosten Caleidoscoop. De huurkosten voor de doorgeefwinkel waren oorspronkelijk in de begroting opgenomen onder de reguliere lasten voor kinderopvang. In de uitvoering zijn deze kosten echter gedekt via een subsidie wat leidt tot een lager gerealiseerd bedrag dan begroot.

Daarnaast is de hogere huuropbrengst te verklaren door indexatie.

46.000

Overige verschillen

30.000

Inkomensregelingen

De uitvoering van het armoedebeleid heeft geleid tot een nadeel van € 247.000 ten opzichte van de begroting. Deze kostenstijging is voornamelijk te zien bij de Heusdenpas (€ 135.000) en, schuldhulpverlening (€ 50.000) en bijzondere bijstand (€ 27.000)

-247.000

WMO

De kosten voor WMO vallen per saldo € 102.000 nadeliger uit dan ingeschat bij de 2e bestuursrapportage.

Dit saldo bestaat uit voor- en nadelen op de verschillende componenten (Hulp bij Huishouden, begeleiding/dagbesteding, voorzieningen t.b.v. mobiliteit of huisaanpassingen, regiotaxi).
Zo is bij Hulp bij Huishouden ten opzichte van de begroting een nadeel van € 204.000. Dit komt doordat het aantal cliënten meer gestegen is in 2025 dan verwacht.

De kosten voor WMO begeleiding/dagbesteding laten een voordeel zien van € 11.000. Dit is met name het gevolg van een toename in het aantal cliënten bij zowel het samenwerkingsverband SIEM
(€ 137.000 stijging) als afname van cliënten met een PGB lokaal (148.000 daling).
De overige WMO-voorzieningen geven een totaal voordeel van € 91.000. Dit betreft met name minderkosten voor woningaanpassingen (€ 224.000), waarin een budgetoverheveling begrepen is van € 55.000. Op vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen is een nadeel te zien van € 133.000.

-102.000

Bij de verantwoording van de specifieke uitkering voor de vergoeding van brede ondersteuning aan (mogelijk) gedupeerde ouders en kinderen van gedupeerde ouders, is geconstateerd dat de ontvangen normkosten foutief zijn verwerkt als zijnde vooruitontvangen bedragen op de balans. Deze vrijval in de exploitatie resulteert in een positief effect

103.000

Jeugd

De kosten voor jeugdhulp van de regio zijn per saldo € 116.000 hoger uitgevallen dan bij de 2e bestuursrapportage ingeschat. Dit heeft met name betrekking op hogere kosten voor de regionale jeugdhulp op basis van de 3e prognose van de regio Hart van Brabant. Daarnaast blijken de lokale kosten voor de jeugdhulp € 402.000 lager uit te vallen ten opzichte van de 2e bestuursrapportage. In 2025 zijn we voorzichtig omgegaan met lokale uitgaven om de extra uitgaven bij de regio te kunnen opvangen. Tevens is in 2025 onverwacht een deel van de kosten gedekt van het JGT middels het IZA (Integraal Zorg Akkoord) budget van € 75.000.

286.000

Overige verschillen

      11.000

Volksgezondheid

De bijdrage van de GGD is lager uitgevallen en heeft een voordeel van € 66.000, dit wordt veroorzaakt doordat de kosten voor euthanasie hoger zijn ingeschat dan ze daadwerkelijk waren. Verder hebben we minder plustaken afgenomen dan begroot. Daarnaast is er vanuit de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid een bijdrage geleverd voor kosten binnen het basispakket van de GGD.

66.000

Overige verschillen

-3.000

Saldo verschil

385.000

Toelichting op hoofdlijnen realisatie 2025 versus realisatie 2024

Specificatie verschil (x € 1.000):

Saldo jaarrekening 2025

-46.053

Saldo jaarrekening 2024

   -41.283

Nadeel verschil

-4.770

Voornaamste verschillen:

Samenkracht en burgerparticipatie:
Het resultaat dat ten gunste van het saldo is gegaan is in 2025 lager dan in 2024. Dit wordt veroorzaakt door de aanpassingen in deze regeling waardoor er minder middelen worden ontvangen ten opzichte van 2024 ten behoeve van de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

-1.870.000

Contour de Twern krijgt van de gemeente een subsidie voor een aantal basistaken met de kansen bestaanszekerheid, gelijke kansen en veiligheid. Contour de Twern heeft aangegeven een fout te hebben gemaakt in hun begroting. Contour de Twern heeft namelijk de GALA middelen die ze vorig jaar hebben ontvangen meegerekend als regulier budget en een deel van de indexering was niet verwerkt. Door deze fouten komt Contour de Twern ongeveer € 180.000 structureel tekort. Dit is opgenomen in de voorjaarsnota en de meerjarenbegroting vanaf 2025

-180.000

Er zijn meer uren begroot en verantwoord op het taakveld ten opzichte van 2024. Dit betreffen interne verschuivingen tussen de programma’s en taakvelden.

Inkomensregelingen

-250.000

De bijzondere bijstand is een uitkering van Baanbrekers bedoeld om onvoorziene en noodzakelijke kosten, die niet op een andere manier vergoed worden, te vergoeden voor inwoners die dit zelf niet kunnen betalen. Het is een vangnetregeling waarvan iedere inwoner die aan de voorwaarden voldoet gebruik kan maken. De hogere kosten ten opzichte van 2024 bedragen ongeveer € 440.000. Hiervan is
€ 140.000 opgenomen in de begroting 2025 en € 300.000 bijgesteld in de tweede bestuursrapportage 2025. Verder zijn de kosten van de HeusdenPas (€ 90.000) en kwijtscheldingen (€ 70.000) gestegen ten opzichte van 2024.

-600.000

De kosten voor subsidies binnen dit programma zijn hoger dan in 2024. Dit is met namen het gevolg van de indexering.

-30.000

Naast de hierboven genoemde meerkosten voor de interne kosten (uren) binnen taakveld samenkracht en burgerparticipatie is sprake van minder interne kosten  binnen de overige taakvelden van dit programma. Dit lijkt met name een verschuiving binnen taakvelden en programma’s ten opzichte van het jaar 2024.

371.000

De kosten voor overhead (ICT en overige contracten) uitvoering van WMO zijn in 2025 lager dan in 2024. Dit is het gevolg van implementatiekosten bij de ingebruikname van een nieuwe applicatie in 2024.      

55.000

Bij de verantwoording van de specifieke uitkering voor de vergoeding van brede ondersteuning aan (mogelijk) gedupeerde ouders en kinderen van gedupeerde ouders, is geconstateerd dat de ontvangen normkosten foutief zijn verwerkt als zijnde vooruitontvangen bedragen op de balans. Deze vrijval in de exploitatie resulteert in een positief effect in 2025

103.000

De kosten voor hulp bij het huishouden zijn in 2025 hoger dan in 2024. Dit is voornamelijk het gevolg van diverse tariefstijgingen die de loop van 2024 en nog per januari 2025 hebben plaatsgevonden. In de loop van 2024 zijn er 3 momenten voor een tariefsverhoging geweest waardoor de kosten in 2024 geleidelijk gestegen zijn naar het nieuwe tarief waardoor er een groot verschil is in het vergelijk. Er is sprake van een toename van ongeveer 60 cliënten.

-578.000

De kosten voor WMO vallen per saldo lager uit in 2025 dan in 2024. Dit saldo bestaat uit verschillende componenten:
WMO begeleiding/dagbesteding lagere kosten € 281.000;
Lagere kosten woningaanpassingen € 187.000. De bij de 2e bestuursrapportage ingeschatte kosten voor de nog te plaatsen trapliften en andere woningaanpassingen is achter gebleven. Voor de bijdrage ad € 55.000 aan Woonveste inzake de realisatie van stallingsruimte voor scootmobielen is een budgetoverheveling voorgesteld;
De kosten voor voorzieningen t.b.v. mobiliteit en hulpmiddelen zijn € 110.000 hoger. Dit is met name het gevolg toename gebruik deeltaxi.

358.000

De totale kosten van Jeugdhulp (lokaal en regionaal) zijn in 2025 hoger dan in 2024. Dit geeft een totaal nadeel van € 1.347.000. De lokale kosten van Jeugdhulp maatwerk en PGB en JGT\Sterkhuis zijn in 2025 € 517.000 hoger dan in 2024. De regionale kosten voor jeugdhulp zijn € 830.000 hoger dan in 2024. Dit is met name het gevolg van tariefstijgingen in het vergelijk met 2024.

-1.347.000

De kosten voor de bijdrage aan Baanbrekers is in 2025 hoger dan de bijdrage over het jaar 2024. Dit is met name het gevolg van cao-ontwikkeling en stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden.

-773.000

Overige verschillen

-29.000

Saldo verschil

-4.770.000

Deze pagina is gebouwd op 05/26/2026 22:21:33 met de export van 05/26/2026 22:13:03